Parent Information

TRANSFUSIES VAN BLOEDPLAATJES BIJ TE VROEG GEBOREN BABY'S. DE MATISSE STUDIE.

Geachte heer, mevrouw,

Uw pasgeboren kind is opgenomen op de afdeling neonatologie van dit ziekenhuis omdat hij/zij te vroeg is geboren. Alle artsen en verpleegkundigen doen hun best om zo goed mogelijk voor uw kind te zorgen. We willen te vroeg geboren kinderen de beste behandeling geven die we hebben, maar u heeft ongetwijfeld al van uw dokter gehoord dat veel behandelingen naast voordelen ook nadelen (bijwerkingen) hebben. Gelukkig weten we van een groot aantal behandelingen dat de voordelen vele malen groter zijn dan de nadelen. Maar er zijn ook behandelingen waarvan we wel een vermoeden hebben dat ze meer voor- dan nadelen hebben, maar dat nog niet met zekerheid kunnen zeggen. Die zekerheid kunnen we alleen maar krijgen door het doen van onderzoek. Met de uitkomsten van dergelijk onderzoek kunnen we de zorg voor te vroeg geboren kinderen steeds verder verbeteren. In deze brief informeren wij u over een van de onderzoeken die op dit moment op neonatologie afdelingen in Nederland wordt uitgevoerd.

Achtergrond en doel van het onderzoek

Bloedplaatjes zijn de cellen die het bloed helpen om te stollen. Als er een wondje ontstaat, zorgen de bloedplaatjes samen met andere factoren ervoor dat er een korstje op komt, zodat het bloeden stopt. Normaal gesproken is het aantal bloedplaatjes hoger dan 150. Bij sommige te vroeg geboren kinderen daalt het aantal bloedplaatjes door een verminderde aanmaak, of een toegenomen verbruik van bloedplaatjes. Een tekort aan bloedplaatjes kan leiden tot bloedingen in het lichaam.

Als er een bloeding optreedt tijdens een tekort aan bloedplaatjes worden extra bloedplaatjes van een donor toegediend via een infuus met de gedachte dat dit mogelijk bloeding kan stoppen. Hierover bestaat onder artsen geen discussie. Maar wat moet er gebeuren als de bloedplaatjes verlaagd zijn maar er geen tekenen van bloedingen zijn in het lichaam? Het gebeurt namelijk regelmatig dat kinderen met verlaagde bloedplaatjes helemaal geen bloedingen krijgen. En als er wel een bloeding ontstaat weten we niet goed of dit voorkomen had kunnen worden door het vooraf geven bloedplaatjes. En we weten ook niet wat dan het juiste moment is om preventief bloedplaatjes te geven. Het geven van bloedplaatjes heeft namelijk ook bijwerkingen, zoals infecties of allergische reacties, dus als het niet nodig is, willen we liever geen transfusie geven.

Het doel van deze studie is daarom om te onderzoeken bij welk (verlaagd) bloedplaatjesgetal we te vroeg geboren kinderen een preventieve bloedplaatjestransfusie moeten geven. Daarom worden twee verschillende bloedplaatjes getallen met elkaar vergeleken. De studie vindt plaats in meerdere ziekenhuizen (ook buiten Nederland). In totaal zullen ruim 600 kinderen aan het onderzoek meedoen.

Welke kinderen doen mee?

Kinderen die geboren zijn na een zwangerschapsduur van minder dan 34 weken én bij wie het aantal bloedplaatjes lager is dan 50. Kinderen met een bloedplaatjesgetal boven de 50 zonder tekenen van bloedingen worden op dit moment nooit preventief behandeld met een bloedplaatjestransfusie.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Aangezien uw kind een bloedplaatjes gehalte van onder de 50 heeft, kan hij of zij meedoen aan de studie. Als u toestemming geeft, wordt uw kind in een van de volgende twee groepen ingedeeld:

  • Groep A: kinderen in deze groep krijgen een transfusie met bloedplaatjes als hun aantal bloedplaatjes onder de 50 zakt;
  • Groep B: kinderen in deze groep krijgen een transfusie met bloedplaatjes als hun aantal bloedplaatjes onder de 25 zakt.

In welke van de twee groepen uw kind wordt ingedeeld is niet van te voren bekend en zal door loting worden bepaald. In de verder behandeling van uw kind verandert niets. Wel wordt hij/zij heel goed in de gaten gehouden en wordt regelmatig gekeken of er bloedingen in het lichaam ontstaan. Dat gebeurd onder andere door het maken van echo’s van de hersenen, omdat daar bloedingen kunnen ontstaan bij te vroeg geboren kinderen. Zoals al eerder aangegeven gaat dit onderzoek alleen over het preventief geven van bloedplaatjestransfusies. Zodra er tekenen zijn van een (grote) bloeding wordt uw kind behandeld met een bloedplaatjestransfusie. Naast het opsporen van mogelijke bloedingen, worden allerlei gegevens van uw kind verzameld totdat hij/zij naar huis gaat. Bovendien zal op tweejarige leeftijd de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling worden onderzocht op de polikliniek.

Wat is meer of anders dan de gewone behandeling die uw baby krijgt?

Allereerst houden de dokters zich tijdens de studie aan de transfusie regels van het onderzoek. Dit kan betekenen dat ze soms eerder en soms later een transfusie geven dan ze normaal gesproken. Het toedienen van de transfusies vindt plaats via een infuus. Aangezien de meeste prematuur geboren kinderen voor andere redenen een infuus nodig hebben, vormt de toediening geen extra belasting voor uw kind. Bij te vroeg geboren kinderen worden regelmatig echo’s van het hoofd gemaakt. We laten deze zoveel mogelijk samenvallen met de echo’s die nodig zijn voor het onderzoek. Maar het kan voorkomen dat er bij uw kind extra echo’s van hersenen worden gemaakt in het kader van het onderzoek. Echo’s van de hersenen worden beschouwd als een weinig belastend onderzoek voor te vroeg geboren kinderen. Het ontwikkelingsonderzoek op 2-jarige leeftijd is standaard bij alle te vroeg geboren kinderen bij een zwangerschapsduur van minder dan 30 weken ongeacht of ze nu wel of niet meedoen aan dit onderzoek. Wanneer uw kind geboren is bij een zwangerschapsduur van meer dan 30 weken, zal dit ontwikkelingsonderzoek ook gedaan worden, maar dan alleen in het kader van dit onderzoek. Als laatste willen we nogmaals benadrukken dat er tijdens dit onderzoek geen extra bloedtesten worden gedaan.

Wat zijn mogelijke voordelen of nadelen van meedoen aan de studie?

Het is moeilijk om te voorspellen of meedoen aan de studie voordelen of nadelen heeft. Dat komt omdat we nog niet weten of de preventieve bloedplaatjes transfusies wel effect hebben. Ook weten we nog te weinig over mogelijke bijwerkingen van een transfusie. Sommige kinderen in de studie zullen meer transfusies krijgen dan normaal gesproken, en andere kinderen juist minder. Een mogelijk nadeel van het geven van minder transfusies is dat het zo zou kunnen zijn dat deze kinderen vaker bloedingen krijgen. Dat verwachten we niet, op basis van resultaten van kleinere onderzoeken, maar we kunnen dit pas met zekerheid uitsluiten door het doen van deze studie. Om zo snel mogelijk te ontdekken of er een verschil in het aantal bloedingen is, worden alle kinderen goed gecontroleerd. Aan de andere kant kan het ook zo zijn dat kinderen die meer transfusies krijgen ook meer last hebben van bijwerkingen, bijvoorbeeld infecties of allergische reacties. Dan zou het juist een voordeel zijn om minder transfusies te krijgen, zeker als blijkt dat het geven van preventieve transfusies het risico op bloedingen in het lichaam niet verlaagd.

Natuurlijk is de zorg voor uw kind het allerbelangrijkste, en dit onderzoek zal die zorg nooit in de weg staan. Uw dokter kan er op elk moment voor kiezen om de studie te stoppen of extra transfusies te geven, als uw kind dat nodig heeft.

Waar vragen wij uw toestemming voor?

Wij vragen uw toestemming om uw kind te laten deelnemen aan dit onderzoek. Deelname aan dit onderzoek is helemaal vrijwillig en u kunt uw medewerking aan dit onderzoek op ieder moment stoppen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de behandeling en verzorging van uw kind. Als uw kind niet meedoet met de studie zal hij of zij behandeld worden volgens de richtlijnen die neonatologen op dit moment gebruiken: zieke pasgeborenen die jonger zijn dan 32 weken en lichter dan 1500 gram, óf pasgeboren die een bepaalde ingreep moeten ondergaan, krijgen een transfusie wanneer het bloedplaatjesgetal daalt onder 50. Alle andere pasgeborenen krijgen een transfusie wanneer het bloedplaatjesgetal daalt onder 20.

Als uw kind meedoet en tijdens het onderzoek wordt overgeplaatst naar een ziekenhuis bij u in de regio, geeft u ook toestemming om daar gegevens op te vragen.

Is mijn baby verzekerd wanneer hij of zij aan het onderzoek meedoet?

Voor ieder kind dat meedoet aan deze studie is een verzekering afgesloten. De verzekering dekt schade als gevolg van het onderzoek, tijdens het onderzoek of binnen vier jaar erna. In bijlage 2 vindt u hierover meer informatie.

Wat gebeurt er met de gegevens van deze studie en van mijn baby?

De gegevens van uw kind blijven altijd vertrouwelijk, zijn of haar naam wordt niet gebruikt of zichtbaar gemaakt. Om hiervoor te zorgen krijgt uw kind een speciaal onderzoeksnummer dat bestaat uit een aantal cijfers en letters. Alleen onderzoekers en behandelend artsen kunnen en mogen achterhalen wie de kinderen zijn die aan het onderzoek hebben meegedaan. Soms kan het echter ook nodig zijn dat vertegenwoordigers van het AMC, vertegenwoordigers van organisaties die een controlerende functie hebben voor deze studie en de Inspectie van de Gezondheidszorg (IGZ) medische dossiers mogen inzien om de studie te controleren. Dat gebeurt altijd onder de verantwoordelijkheid van de behandelend arts. Als uw kind meedoet aan deze studie geeft u hiervoor toestemming. Omdat de studie plaatsvindt in samenwerking met onderzoekers uit Engeland, worden de geanonimiseerde data ook met deze onderzoekers gedeeld. Resultaten van deze studie worden besproken in medische tijdschriften en op congressen. Hierdoor kunnen dokters over de hele wereld leren van de informatie en hun behandelingen verbeteren. De onderzoeksgegevens blijven 15 jaar bewaard, daarna worden ze vernietigd.

Welke medisch-ethische toetsingscommissie heeft dit onderzoek goedgekeurd?

Deze studie is goedgekeurd door de medisch ethische commissie van het AMC in Amsterdam. Dit betekent niet dat uw kind nooit schade kan overkomen, maar wel dat de commissie vindt dat de rechten van uw baby worden gerespecteerd en risico’s zo klein mogelijk zijn gehouden. Ook betekent het dat u voldoende informatie hebt gekregen om een goede beslissing te nemen over deelname van uw baby aan deze studie.

Wilt u verder nog iets weten?

Wilt u graag een advies van een dokter die niet betrokken is bij dit onderzoek? Dan kunt u terecht bij een onafhankelijke deskundige. Haar gegevens vindt u in een bijlage.

Met vriendelijke groet,

S.F. Gunnink, arts-onderzoeker, coördinerend onderzoeker van de MATISSE studie.